dinsdag 3 juni 2014

Over de bloemetjes en de bijtjes III

Hebben jullie weer opgelet? Ik wel, tenminste op die dagen dat het zonnetje heeft geschenen. Erg leuk. Ook omdat elke periode weer een nieuw soort bij geeft, en ik dus probeer om elke keer weer nieuwe bijen te leren onderscheiden. De gehoornde metselbij ken ik, maar die vliegt nu niet meer.

Een (kleine) solitaire bij op Klein Streepzaad in een wilde border langs het pad richting mijn tuin. 


Goed, foto's en ondertussen wat uitleg. (eta: voor vanavond even alleen de tekst, een mens moet ook slapen)


Op het Juffertje in het groen, hoewel zij hier gewoon wat uitrust. Let ook op al dat stuifmeel aan haar poten, dan zie
je echt het verschil met de bolletjes die honingbijen en hommels maken. 


Ik hoop dat je op school bij de biologieles een beetje hebt opgelet. Want, hoe zat het nu feitelijk met die bloemetjes en de bijtjes. Pappa bloem en mamma bloem staan te ver van elkaar af en met hun wortels te diep in de grond om elkaar ooit te leren kennen. Geen love at first sight, want die eerste sighting die blijft maar uit. Maar dat nageslacht dat moet er wel komen. En dus zijn er bijtjes. Die klimmen in de bloem, nemen daarbij stuifmeel op, vliegen naar de volgende bloem, laten daar wat stuifmeel achter en voila, de bevruchting heeft plaats.

Boomhommeltje op de braambloesem. 



Bijen stammen af van wespen. Voor wie het nog niet wist: wespen zijn carnivoren. Ooit, ergens in de evolutie hebben een paar wespen ooit bedacht dat het misschien makkelijker zou zijn om gewoon vegetariër te worden en nectar te gaan eten. De bloemen vonden dat ook wel prettig en zo is een prachtige co-evolutie ontstaan tussen twee soorten organismen.

Steenhommel op de witte klaver.
Nog ter informatie: witte klaver zoals deze kan door hommels en (honing)bijen zomaar gegeten worden. De paarse
variant is echter net iets te diep, waardoor ze er met hun tong niet bij kunnen komen. Sommige hommels
knagen onderaan het kelkje een klein gaatje om toch de nectar te kunnen drinken. Hebben ze dat eenmaal
gedaan, dan willen de bijtjes ook nog wel van die toegang gebruik maken. 


Bijen verzamelen niet alleen nectar, maar ook stuifmeel. Stuifmeel is het eiwit, het krachtvoer waarmee larven worden gevoed. Maar, zoals we nu allemaal weten, dat stuifmeel was door de bloemen bedoelt om bij de volgende bloem terecht te komen om dat nageslacht te produceren. Terwijl die bij juist al dat stuifmeel mee naar huis wilt nemen. Co-evolutie dus.
De bloemen hebben daarop een soort enzym geproduceerd, waardoor het stuifmeel op een begeven moment wat van consistentie verandert en daardoor makkelijker loslaat van de bij en bevruchting dus makkelijker plaats kan vinden. Maar ja, die bijen die vonden dat  weer niet zo prettig, want die hadden net zoveel moeite gedaan om al dat stuifmeel te verzamelen. De bijen produceren daarop weer een tegen-enzym om dat tegen te gaan.
Elke bloem heeft echter zo zijn eigen enzym. En een bij zou dus eigenlijk voor al die verschillende bloemen zo'n tegen-enzym moeten hebben. En dan het liefst nog zo efficiënt mogelijk. Een beetje kiezen of delen dus: of een heel goed tegen-enzym, maar dan niet zo veel, of veel tegen-enzymen maar dan van een wat mindere kwaliteit.

Een weidehommel op een bloem waarvan ik niet weet wat het is. Deze en de bloemen op de volgende foto
komen waarschijnlijk uit een zaadmengsel van de Aldi, wat de vereniging op het oude jeu de boulles laantje heeft
ingezaaid. De bijen en de hommels maken er dankbaar gebruik van. 


Elke bijensoort heeft hierin zijn eigen keuze gemaakt. Een beetje afhankelijk van het nut. Een honingbij of een hommel vliegt het hele jaar, vanaf de eerste warme dagen gaan zij opzoek naar stuifmeel en nectar tot aan de winter. Specialiseren op bloemen die maar een paar weken in bloei staan is dus zinloos; wat moet je de rest van het jaar?
Andere bijen vliegen maar een hele korte periode. Zij komen uit, paren, maken nestjes en gaan dood. De larven verpoppen en komen pas het volgende jaar, in dezelfde periode, weer uit het nest. Voor hen is het nuttiger om juist op één of een paar soorten te specialiseren. Zo kun je in een kleine periode heel efficiënt te werk gaan. En dus zijn er soorten die niet alles lustten.



Voor sommige soorten begint dat nu nadelig te worden. Want dat zijn soorten die misschien wel uit het landschap aan het verdwijnen zijn. Doordat we alles netjes willen hebben bijvoorbeeld, en deze soorten vaak voor de bloei wegmaaien. Of door spuitbeleid, modegrillen, klimaatverandering. Voor hen is het dus belangrijk om deze soorten wel te zetten. Ik ben bezig met een lijst van deze bijen en hun bloemen, maar ik ben bang dat jullie daar nog even geduld voor moeten hebben, ik wil het wel gedegen doen en ik ben niet zo snel.

Dit leuke tweekleurige zandbijtje kwam ik tegen in de tuin van mijn schoonouders. Ook hier geen naam.
Hier is goed te zien hoe bloemen stiekem stuifmeel op de bijtjes dumpen, het bijtje is zichzelf aan het schoonmaken.


Overigens vangen bijen en hommels dit 'probleem' wel op door per dag te specialiseren op één soort bloem.

Zelfde bloem, maar nu een zesvlekkige groefbij 


Nog een paar leuke weetjes:
Verschillende bloemen geven verschillende kleuren stuifmeel. Er zijn prachtige foto's op het internet te vinden van stuifmeelvoorraden in bijenraten, van fel rood en oranje tot een donker paars. Je kunt deze kleuren ook zien aan de pootjes van de bijen. Kijk maar eens naar de foto's op deze pagina en de rest van de bijenblogs.

Nog een uit de tuin van de schoonouders. Een hommeltje op erg leuke bloemetjes, waar ik -wederom - de naam niet
van ken. Het zijn dunne, slappe bloemetjes aan een soort tros die één voor één een dag bloeien. Als het hommeltje erop
gaat zitten klappen ze om en verstoppen haar zo.


Verschillende bijensoorten hebben verschillende manieren van het vervoeren van het stuifmeel. De nectar wordt opgeslokt en dus in de maag meegevoerd. Het stuifmeel wordt extern opgeslagen. Honingbijen en hommels plakken het stuifmeel in bolletjes aan hun achterpoten, die redelijk glad zijn. Er zijn ook bijen die lange haren aan hun poten hebben en hiertussen het stuifmeel opslaan. Het meest efficiënt is echter de 'buikschuiers' manier: de hele onderkant van de buik is harig en wordt volgestouwd met stuifmeel. Als je ziet op welke manier een bij haar stuifmeel vervoert kun je al vaak snel zeggen welke soort bij het is. Nou ja, het sluit in elk geval veel uit.

Nog één in de categorie: geen eten zonder bijen. Hommeltje op de tuinbonen. 


Akkerhommel op de salie

Steenhommel op de bieslook


Steenhommel op de Malva (kaasjeskruid) uit het imkershop bijenmengsel
Jaaa, nog een keer phacelia. Maar nu even alleen om te laten zien; paars stuifmeel!
Met dank aan Jens D'Haeseleer voor hulp bij de determinatie van de bijen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen