vrijdag 27 juli 2012

Krantjes

Enige tijd geleden verruilde ik mijn baantje bij DE voor een krantenwijk. Om verschillende redenen die er eigenlijk niet zo toe doen. Voornamelijk had ik het idee dat een krantenwijk me meer rust zou geven in mijn hoofd. Je bent immers alleen met je muziekje en een stapel kranten op je fiets. Dat bleek echter niet helemaal waar. Al de eerste dag dat ik er alleen voor stond kwam er een vrouw op mij toegelopen.
'Dat is toch niet al de krant?' Vroeg ze. Wat ik een beetje een vreemde vraag vond. Dat vod in mijn hand leek immers verdacht veel op een krant en op mijn fietstassen wordt aangegeven dat ik officiële vervoerder ben van de NRC. Ik mompelde dus maar iets wat op instemming leek en glimlachte mijn allerbeste klantvriendelijke glimlach. Dat was aanleiding voor een woordenregen over hoe vervelend het wel niet was om zo'n krant te ontvangen, vanwege de bezorging die almaar wisselde, zowel in persoon als in kwaliteit. Het eindigde met een welbekende 'Maar jij kan er ook niets aan doen, meisje.' En een zelfzuchtig klinkende 'veel succes'.

Een week later trof ik een man die op weg was naar zijn eigen huis, waar ik net netjes een krantje had bezorgd. Hij stopte even om me goededag te zeggen en me te vragen of ik nu degene was die tegenwoordig de krant kwam brengen. Op mijn bevestiging antwoordde hij met een 'leuk' en hij begon me vervolgens uit te horen over mijn leven: of ik studeerde en of ik al lang in Maastricht woonde. Een beetje ongemakkelijk gaf ik antwoord en het feit dat ik tegenwoordig zijn krant kwam bezorgen leek steeds leuker te worden. Tot hij me vrij liet en ik de rest van mijn rondde af kon maken. Toen enige tijd later de resultaten van de middelbare school examens bekend waren, ving hij me nog een keer van de straat om me te vragen of ik nu geslaagd was. Wat ik ook zei, het drong niet tot hem door.

Vorige week kwam ik de man tegen van de mopperende vrouw. Nu zie ik ze wel vaker: dit echtpaar is het meest ijverige echtpaar wat betreft tuinonderhoud van heel Maastricht. Dit keer was meneer alleen en vroeg me of ik nog op vakantie ging. Ik ontkende dit en hij knikte stilletjes terwijl ik me af vroeg wat er nu zou komen en wat nu de precieze bedoeling was van zijn vraag. Wilde hij een praatje maken? Had hij moed opgespaard om me aan te spreken en sociaal te zijn, en was na die ene vraag alle moed uitgeput? Of was er iets anders. Het bleek iets anders. Na die ongemakkelijke stilte volgde een: dus we kunnen hierop blijven rekenen? Hij knikte daarbij tevreden en hief de krant in zijn hand daarbij op. Ik vond dat een teken dat ik mocht gaan, dus ik knikte met mijn aller klantvriendelijkste glimlach op mijn gezicht en stapte weer op de fiets.

Ik heb kinderen gehad die me zwijgend achtervolgden. Ik heb kinderen gehad die om postelastieken bedelden en me de oren van het hoofd praatten terwijl ze me achtervolgden. Ik heb kinderen gehad die in een rechte lijn frontaal tegen mijn geparkeerde fiets aan reden.

Vandaag ontmoette ik de man van 2c, die net naar buiten wilde stappen om boodschappen te doen. Ook weer kreeg ik het stempel 'de nieuwe bezorger', hoewel ik al ruim twee maanden de krant in zijn brievenbus mik. Maar, ach ja.
'Wacht even' zei hij. 'Ik heb iets voor je.'
Daarop begon hij in zijn jaszakken te graaien. Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten. Uiteindelijk kwam er een portemonnee tevoorschijn en daaruit diepte hij een twee euro muntstuk op. Ik was een beetje verbaasd.
'Ik doe dat graag'. Antwoordde hij op mijn bezwaren. 'Ik ga al lang mee, en ik heb al heel wat meegemaakt. Dus als er dan iemand is die elke dag een beetje op tijd de krant komt bezorgden dan is dat iets waar ik graag een kleinigheidje voor geef.' Hij gaf me te kennen dat ik 'er maar eentje op moest nemen'. Hij maakte belletjes met zijn mond terwijl hij praatte. Niet bij zijn mondhoeken, viezig maar subtiel, maar met de gehele lengte van zijn lippen. Hij maakte nog een paar keer duidelijk dat ik het alcoholpercentage in mijn bloed maar moest verhogen, en ik vroeg me af wat zijn percentage was. Uiteindelijk stopte ik het muntstuk in mijn zak en hij ging tevreden zijn weg. Kennelijk moet je als je krantenbezorger bent ook fooien kunnen waarderen. Ik heb er maar een doos ijsjes van gekocht. Proost!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen