woensdag 2 november 2011

Wolven

Als we de boeken moeten geloven, stammen onze huishonden van tegenwoordig af van wolven. Wolven hebben een niet zo'n leuke reputatie. Ze zijn eng, gemeen en eten lieve lammetjes op. Ze huilen tegen de maan, en dat doen ze het liefst om ons angst aan te jagen. Wolven zijn puur en puur slecht.

Toch is het bijna zeker dat de wolf de voorouder is van onze huishond. En toen kwamen wij, en creëerden onze ideale honden. Groot, klein. Te korte snuit, te korte pootjes, te klein koppie, te kleine ogen. Ach, als Toch blijft het soms moeilijk te geloven. De grote, meestal bruine, glimmende ogen die zo vertederend kunnen kijken. De vrolijke kwispels. De aanhankelijke liefde die vraagt om knuffels. Ach, ik zal niemand hoeven te overtuigen. Tenminste...dat dacht ik.

In mijn (honden-mamma) ogen heb ik natuurlijk de aller aller aller liefste, mooiste, leukste en watdanniet-ste hond die er is. (En eigenlijk is ie dat ook). Het is een knuffeldier dat het liefst bij je wil zijn.Hij kijkt uit naar het moment dat hij 's ochtends nog heel even bij mij in bed mag en zijn kleine, warme lichaampje tegen mij aan mag leggen. En als ik hem zou laten, zou hij al die tijd vrolijk kwispelend mijn gezicht aflikken. In plaats daarvan soezen we samen nog wat verder.
Hij kijkt uit naar het moment dat Lief een middagdutje doet op de bank en hij bij hem mag liggen.
Hij kijkt uit naar wandelingen waarbij hij los mag en mag socializen en networken met soortgenootjes. Maar nooit te lang, en zeker niet te ver weg. Mamma's hand loslaten vind hij nog een beetje eng. 

Met andere woorden en door en door verwent mormel dat ons heel veel liefde en plezier geeft. Een schatje dat als je hem commandeert te bijten in een bloot been, er onzeker een likje op geeft. Een mietje dat zichzelf laat besnuffelen in plaats van achter een ander aan te gaan, en zielig piepend tussen mijn benen komt staan als andere honden te hardhandig zijn of hun dominantie tonen door ritmisch door de knieën te gaan.

Toch was er deze week een meid die de wolf in ons schoothondje zag. Die panisch naar mij riep dat ik hem kort moest houden. Een stoere no-nonsense meid. Zo eentje met een attitude, die in een andere tijd met een vingertje zou staan zwaaien terwijl ze ons vermaant om naar haar hand te praten cuz da face aint listnin'. Zo eentje, stond verstijft tegenover ons en schreeuwde in blinde paniek dat ik nu toch echt moest doen wat ze zei, omdat ze bang was voor honden. 

Ik was wel een beetje trots. Onze kleine man heeft in elk geval één keer in zijn leven iemand angst aan gejaagd. En ik moet zeggen, hij heeft zijn hondelijkheid eindelijk bewezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen