zondag 27 november 2011

Stof happen

Mijn oma kon altijd enorm lekker koken. Een groot deel van de succes-recepten die moeders 's avonds op tafel zette, kwamen eerst van oma af. Ik heb me dit nooit ten volle beseft, totdat ik bij de verhuizing van mijn opa en oma een stapel oude kookboeken overhandigd kreeg. 'Een groot deel van die boeken zijn regelmatig en met veel succes gebruikt', vertelde opa erbij. Ik was vereerd en bijzonder nieuwsgierig. Wat aten mijn opa en oma eigenlijk altijd? Ik wist, door het eigenlijk gewoon te weten, dat ze van Grieks, Thais en Italiaans houden. Als wij kwamen logeren was er altijd een uit-eten-dag, een pasta-dag en een pannenkoeken-dag (die overigens van de hand van opa en 'aangefikt' waren. Toch kookte oma ook vaker voor ons, zeker in de tijd dat ze vaker oppaste. Wij hebben daar nooit bezwaar tegen gehad. En nu kreeg ik dus een glimp van het geheim van de meesterkok.
Die bewuste boeken, vaak gebruikt zijn makkelijk te herkennen. Sommigen alleen al door de slijtage van het vele malen open slaan. Maar ook door het handschrift van oma, die kennelijk niet schroomde om een pen te pakken en te vermelden welke recepten lekker! zijn en af en toe de verhoudingen te wijzigen of ingrediënten toe te voegen of weg te laten. In een bewust boek, uitgegeven ter bevordering van het pasta gebruik in Nederland door de Honig, vond ik ongeveer een week aan maaltijden terug die mij erg bekend voorkwamen. Spaghetti-souffle, Kip in rozijnen wijnsaus, Spaghetti Stroganow. Een feest van herkenning. En eigenlijk had ik ze allemaal meteen willen maken. Het boek telt nog vele meer recepten, waar niets bij stond. Waarschijnlijk spraken ze oma niet aan. Eigenlijk niet zo gek, de meeste plaatjes wekken niet echt eetlust op, maar ja de het is dan ook een gedateerd boek. Al eerder maakte ik, tot grote tevredenheid van Lief, een spaghetti omelet (en ja, het was echt zoals het klinkt en nog eetbaar ook). En deze week durfde ik me aan iets anders te wagen.

Het leek me best lekker. En toen ik er mee bezig was, dacht ik nog: dit wordt echt super. Tot ongeveer halverwege is bezig was met ingrediënten samen te voegen en een wazig, grijzig sausje begon te ontstaan, die daarna roze en daarna weer grijs werd. Een onbestemde geur steeg op uit de pan. Ik was niet meer zo heel zeker. Ik zet door. Altijd. Er staan meer recepten in dat boek die er raar uit zien, maar als favoriet gevraagd werden op verjaardagen. En dus zette ik Lief een bord vol dampende wazigheid voor. En we proefden. En nog eens. Niet alleen zag het er onbestemd uit, het proefde ook zo. Ik bedoel, het was niet echt vies. Maar lekker was het eigenlijk ook niet. Ik at door. Lief at eerst de helft van zijn bord op om vervolgens op te merken 'ik denk dat ik het niet zo lekker vind'. Zeker was hij niet. Ik heb netjes alles opgegeten. En proef de nasmaak nog steeds. En ik weet het nog steeds niet

maandag 21 november 2011

Onderweg

Toen ik klein was, hadden mijn ouders nog geen auto. Zij hadden zelfs nog geen rijbewijs. Nu ben ik nog niet zó oud dat je zou kunnen zeggen: dat hoort bij die tijd. Al mijn vriendinnetjes hadden ouders met rijbewijs en auto. Zelfs mijn opa's en oma's, hoewel de oma's zich altijd liever lieten rijden.
Mijn ouders vonden een auto overbodige luxe. Of het was voor het milieu, of om het geld weet ik eigenlijk niet, ik denk een combinatie van die twee. Het resultaat van deze denkwijze was een noodzaak om snel te leren fietsen. En als we naar opa en oma in Zwolle gingen twee kaartjes en vier railrunners.Ik was altijd bang voor de trein, volgens mijn ouders vanwege de instap, volgens mij omdat ik altijd bang was dat de trein weg zou rijden terwijl een deel van de familie in de trein zat en een ander deel moest achterblijven. In mijn ogen was dit een onomkeerbare scheiding, dat de trein elk half uur vertrok kwam nog niet in mij op. Deze angst werd nog eens extra gevoed door het feit dat pappa in de rij ging staan om onze kaartjes te kopen (dat is dus wel echt old skool) en wij alvast op het perron wachtten op de trein en soms zelfs al instapten voordat wij pappa tussen de mensen zagen opduiken.
Als we eenmaal met z'n allen in de trein zaten was het goed. Leuk ook, hoewel Zwolle toch meestal best ver was. NS hielp ons altijd een beetje met van die leuke kaarten en koeientellers en mamma als ex-juffie had altijd wel iets bij zich waarmee wij ons konden vermaken. Hoewel ik graag wil beweren dat wij (en dan vooral ik) model kinderen waren, kan ik me nu toch goed voorstellen dat wij voor mede-passagiers als irritante kleine k*t kinderen werden gezien. Zelf vonden wij dat natuurlijk allerminst. Wij vonden de reis een beleving. Een traktatie. Het gezellig maken met z'n allen op de bank. Als we niet al te snel hoefden over te stappen mochten we onze jas uit doen. En wat was er veel te zien uit het raampje. En als we dan allemaal die ijzingwekkend grote sprong over de diepte bij het uitstappen weer hadden overleeft, en iedereen was uit de trein op het moment dat hij weer verder reed, was het één groot feest. Een afsluiting van een avontuur.
Nu stap ik drie keer per week in de trein. Drie keer heen, drie keer terug, elke keer mét overstap. En het is niet eng. Het is niet spannend. Het is niet speciaal. Het is gewoon, vervelend zelfs. En dat is misschien maar goed ook, want nu is er geen mamma meer die mijn hand (ietwat gepikeerd) vast houdt en geen pappa meer die mij de trein in tilt.

vrijdag 18 november 2011

Service

Dames en heren,
Op het traject tussen Weert en Maarheze heeft een persoon zich laten aanrijden. Aangezien deze persoon een goed gevulde trein heeft uitgekozen, was zijn aanrijding extra succesvol. Omdat wij ons best doen om zo veel mogelijk persoonlijk materiaal te verzamelen, om de nabestaanden een zo goed mogelijk gevulde kist aan te bieden, is er op dit moment geen treinverkeer mogelijk tussen Weert en Maarheze. Wij hebben slechts elke dag te maken met dit soort aanrijdingen, ondanks dat is er op dit moment nog steeds geen vervangend vervoer. Door de spits zijn er extra veel andere reizigers die straks met onze bussen verder willen reizen. Om al te veel bloedvergieten te voorkomen verzoeken we u vriendelijk om uw nagels te kort te houden en ringen en andere sieraden op te bergen.
Wij wensen u een prettige reis.

zondag 13 november 2011

Show n tell: Sokken

Ongeveer drie maanden geleden besloot ik dat ik ook eens sokken wilde maken. Eerst haken (en dat ging best goed, totdat mn garen op was net twee cm voordat ik klaar was) en daarna breien. Ik had youtube filmpjes bekeken, bamboo sokkennaaldjes gekocht, garen ingeslagen en advies ingewonnen via Ravelry. En dus ging ik aan de slag. Ik brei niet zo veel en dus niet zo snel, dus het ging vrij langzaam. Bovendien kwamen er nog swaps en andere leuke dingen tussendoor. Maar vandaag tijdens het kijken van de intocht van Sinterklaas op uitzendinggemist begon het einde toch echt in zicht te komen.

Et voila. Mijn aller aller aller eerste paar sokken.

Hier nog in uitvoering. Het eerste deel.
En deze twee helemaal af!


Ik heb het basis sokkenpatroon gebruik van Wolhalla. Dat was goed te volgen en als ik iets niet snapte was het makkelijk terug te vinden op youtube. Ik vond het nog lastig om goed de maten in te schatten. Het been kan je zo hoog maken als je zelf wil en de ongeduldige ik en de angstige dat ook hier mijn garen op zou raken voordat de sok af was, heb ik een heel klein been gebreid. Maar verder passen ze goed en zijn ze lekker zacht en warm

vrijdag 11 november 2011

Wat we willen

Morgen komt de Sint weer in het land. En dat betekent voornamelijk kadootjes. Ik hou zelf enorm van kado's uitdelen en vier daarom graag het Sinterklaas feest. Er zijn twee min-puntjes. Ten eerste weet ik nooit wat ik mijn Lief moet geven. Dat moet iets speciaals zijn, iets veelzeggends, iets persoonlijks. Dit word onze vijfde Sinterklaas, en na alle verjaardagen, kerst en onze datum begin ik steeds minder te weten wat dat iets moet zijn. Om het nog wat moeilijker te maken: hij weet het zelf ook niet. En dat is ook mijn tweede probleem. Ik weet dat ook nooit, van mezelf, wat ik graag wil hebben. Jaren geleden maakte ik hele lijsten (zodat iedereen voldoende, gevarieerde keuze had), tegenwoordig weet ik het niet meer zo. Tja, wolletjes en katoentjes, maar wat verder?

En dus ging ik op zoek naar het internet en belandde ik op de website van bol.com. Heel handig, bol heeft een speciale pagina met kado tips. Voor hem, voor haar, voor jongetjes en voor meisjes. Per categorie vier voorstellen die gegarandeerd in de smaak vallen. Tenminste dat wordt beweerd.

Mannen lopen kennelijk helemaal warm voor Call of Duty, modern warfare 3 en het is een beetje afhankelijk van welke computer hij heeft, welke je moet kiezen. Je kunt kiezen voor de Xbox, de PS3 en de PC en daarmee geven ze eigenlijk al aan dat als je je man een spel kado zou willen doen, je alleen kunt kiezen voor Call of Duty. Ik denk dat dit kado mijn relatie een flinke klap zal opleveren.

Als ik mijn lief een boek kado zou willen doen is het kennelijk verstandig om hem het boek Steve Jobs kado te doen, anders komt hij zijn dagen niet gelukkig door. Ik kan kiezen voor zowel de Engelse variant of voor de Nederlandse vertaalde. De andere Nederlandstalige boeken zien er allemaal sinister en stoer uit. De Engelstalige zijn meer voor de nerds onder ons, wie zou er anders in het Engels willen lezen?

Voor ons vrouwen is het aanbod niet minder ambitieus. De chicklit is kennelijk het enige wat ons, door oestrogeen bevangen schepsels nog boeit. Evenals Gooise vrouwen en Marco Borsato. Alsof we allemaal door romantiek bevangen, elke avond luid jankend op de bank willen hangen, terwijl we onze benen epileren met de Silk Epil.

Ik begrijp nu waarom ruzie en feestdagen hand in hand gaan. Een kado zegt hoe goed je iemand echt kent. En als je afgeleid wordt door van die stomme lijstjes die vrouwen degraderen tot hormonale, labiele kuikentjes en mannen afschildert als opgepompte, door geweld bevangen Apple-junkies, koop je natuurlijk altijd het verkeerde.

woensdag 9 november 2011

Jonguh

Al zo lang ik me kan herinneren klaagt men over de veranderende samenleving. Jongeren hebben geen respect meer voor ouderen. Jongeren hebben geen manieren meer. Inmiddels is naar mijn mening iedereen onder de 50 inmiddels een jongere geworden. Men staat niet meer op voor ouderen in de bus. Men stapt een trein in zonder eerst de mensen uit te laten stappen. Men zegt geen dank je wel meer, gaat alleen voor zichzelf en is ronduit asociaal.
Gisteren woonde ik een lezing bij van Ronald Giphart over het boek Het leven is verrukkulluk van Remco Campert. Hij leidde het boek in door wat persoonlijke verhalen te vertellen over zichzelf en over zijn relatie met Campert. En hij probeerde het boek in zijn tijd te plaatsen door ons iets te vertellen over de jaren '50 en de uit de jaren '60 voortvloeiende vrijheden van jongeren. Deel van zijn verhaal ging over de Nozems. En eigenlijk is het sinds die ouderwetse hangjongeren er alleen maar op achteruit gegaan. Voelen we ons eigenlijk nog wel veilig op straat? Als het donker is en er niemand anders meer op straat rond hangt dan dat groepje met hun scooters, petjes, capuchons, peuken maar wat staat de lummelen, praten (vroeger: tegenwoordig pingt men elkaar op de iPhone, extra efficiënt dus) en bij voorkeur dingen vernield en een grote rotzooi maakt.





Gisteren zat ik in de bus. We stonden op het station, ik moest iets verder. In mijn ooghoek verscheen een lang, zwaaiend voorwerp. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Het was een stok die hoorde bij een meneer met ogen die duidelijk te kennen gaven niet zo goed dienst te doen als die meneer waarschijnlijk had gewild. De meneer tastte met zijn stok het eind van het perron af in de hoop niet tegen een bus aan te lopen, of om er door een overreden te worden. Deze meneer voelde zich duidelijk niet zeker, ook niet met zo'n magische stok. Hij bewoog zich slechts langzaam voort, terwijl hij verwoed met zijn stok heen en weer zwaaide.
Ik ben kennelijk een denker, en geen doener. Ik dacht, mijmerde. Totdat ik opschrok van een vlotte jongeman. Type hangjeugd. Marokkaan, coupe-militair en  met zo'n jas, die zijn schouders extra breed maken. Hij haakte zijn arm in de arm van die meneer en vroeg hem waar hij heen moest, welke bus hij moest hebben. De man schrok op. Hij had hem niet gezien, maar waarschijnlijk ook niet verwacht. Hij liep met de man naar onze bus, zei hem daar te wachten, stapte de bus binnen en vroeg aan de chauffeur zijn bestemming. Toen die bleek te kloppen met de bestemming van de meneer, hielp hij hem de bus in, stapte weer uit en liep weg. Gewoon zo. Alsof het zo hoorde. Hij schaamde zich niet. Hij was niet trots. Zo hoorde het, zo was hij opgevoed, zo was hij. 

woensdag 2 november 2011

Wolven

Als we de boeken moeten geloven, stammen onze huishonden van tegenwoordig af van wolven. Wolven hebben een niet zo'n leuke reputatie. Ze zijn eng, gemeen en eten lieve lammetjes op. Ze huilen tegen de maan, en dat doen ze het liefst om ons angst aan te jagen. Wolven zijn puur en puur slecht.

Toch is het bijna zeker dat de wolf de voorouder is van onze huishond. En toen kwamen wij, en creëerden onze ideale honden. Groot, klein. Te korte snuit, te korte pootjes, te klein koppie, te kleine ogen. Ach, als Toch blijft het soms moeilijk te geloven. De grote, meestal bruine, glimmende ogen die zo vertederend kunnen kijken. De vrolijke kwispels. De aanhankelijke liefde die vraagt om knuffels. Ach, ik zal niemand hoeven te overtuigen. Tenminste...dat dacht ik.

In mijn (honden-mamma) ogen heb ik natuurlijk de aller aller aller liefste, mooiste, leukste en watdanniet-ste hond die er is. (En eigenlijk is ie dat ook). Het is een knuffeldier dat het liefst bij je wil zijn.Hij kijkt uit naar het moment dat hij 's ochtends nog heel even bij mij in bed mag en zijn kleine, warme lichaampje tegen mij aan mag leggen. En als ik hem zou laten, zou hij al die tijd vrolijk kwispelend mijn gezicht aflikken. In plaats daarvan soezen we samen nog wat verder.
Hij kijkt uit naar het moment dat Lief een middagdutje doet op de bank en hij bij hem mag liggen.
Hij kijkt uit naar wandelingen waarbij hij los mag en mag socializen en networken met soortgenootjes. Maar nooit te lang, en zeker niet te ver weg. Mamma's hand loslaten vind hij nog een beetje eng. 

Met andere woorden en door en door verwent mormel dat ons heel veel liefde en plezier geeft. Een schatje dat als je hem commandeert te bijten in een bloot been, er onzeker een likje op geeft. Een mietje dat zichzelf laat besnuffelen in plaats van achter een ander aan te gaan, en zielig piepend tussen mijn benen komt staan als andere honden te hardhandig zijn of hun dominantie tonen door ritmisch door de knieën te gaan.

Toch was er deze week een meid die de wolf in ons schoothondje zag. Die panisch naar mij riep dat ik hem kort moest houden. Een stoere no-nonsense meid. Zo eentje met een attitude, die in een andere tijd met een vingertje zou staan zwaaien terwijl ze ons vermaant om naar haar hand te praten cuz da face aint listnin'. Zo eentje, stond verstijft tegenover ons en schreeuwde in blinde paniek dat ik nu toch echt moest doen wat ze zei, omdat ze bang was voor honden. 

Ik was wel een beetje trots. Onze kleine man heeft in elk geval één keer in zijn leven iemand angst aan gejaagd. En ik moet zeggen, hij heeft zijn hondelijkheid eindelijk bewezen.